De bijen - Winterrust


 

Winterrust op de bijenstand.

 

Niet alleen op de tuin, maar ook bij de bijen is de winterrust aangebroken. In september en oktober zijn de winterbijen geboren. Deze werksters leven zo’n 6 maanden en hebben de belangrijke taak om in de winter de temperatuur van de wintertros op 15°C tot 20°C te houden. Ze doen dit door middel van het snel samentrekken van hun vleugelspieren. In het midden van de tros zit de koningin. Zij zal, als alles goed gaat eind februari weer eitjes gaan leggen waar de eerste zomerbijen uit gaan komen. Deze leven veel korter (± zes weken) en hebben heel andere taken dan de winterbijen. Darren zijn niet meer in de kast aanwezig.

Om in een goede winterrust te komen hebben de bijen, maar ook ik als imker, flink wat werk moeten verzetten.

 

Toen ik op 10 juli de twee volkjes kocht waren ze beide klein. Eén volkje zat op drie ramen en het andere slechts op twee. Door ze meer raten ter beschikking te stellen en ze goed bij te voeren met suikerdeeg zijn beide volkjes langzaam gegroeid. Ook al was er tijdens de heel warme eerste periode weinig dracht, de bijen haalden wel stuifmeel binnen. In september ben ik bij gaan voeren met invertsuiker (suikerwater). Beide volkjes hebben daar zo’n 18 liter van gekregen, wat overeenkomt met zo’n 15 kilo voer. Half oktober zat het volk in kast 1 op acht ramen en het volkje in kast 2 op zes ramen. Dit is waarschijnlijk groot genoeg om de winter door te komen.

Door de prachtige nazomer hebben de bijen ook nog eens veel stuifmeel binnen weten te halen.

Stuifmeel of pollen bestaan uit eiwitten, dit zijn bouwstoffen voor de bijen. Deze pollen worden verzameld in de haren van de bij. Met de poten worden deze pollen in de stuifmeelkorfjes op de achterpoten  verzameld. Een beetje nectar wordt daarbij soms als plakmiddel gebruikt. De haalbijen slaan de pollen zelf op in cellen rond het broednest. Het stuifmeel wordt in het najaar afgedekt met een laagje honing om het beter te conserveren. Vooral in voor- en najaar is stuifmeel zeer belangrijk voor het volk.

Vanaf eind augustus ben ik ook begonnen met de bestrijding van de varroa mijt.

Deze mijt komt voor op de volwassen bijen en in het broed. Mijten behoren tot de spinachtigen. Door menselijk toedoen is de mijt zo’n 30 jaar geleden middels kruisingen met de Indonesische honingbij overgestapt op onze honingbij. Deze was/is niet bestand tegen deze mijt.

Het voortplantingssucces van de mijten is zo groot, dat er vrij snel meer mijten dan bijen zijn. Dit leidt tot de ondergang van het bijenvolk. Vlak voor de ineenstorting van het volk vervliegen de laatste bijen naar buurvolken en buurt- standen. Op deze wijze verspreidt de ziekte varroase zich razendsnel.

De mijten die op de bijen zitten verschuilen zich tussen de achterlijf segmenten aan de buikzijde van de bij. Het dier is perfect aangepast. Het drukt zich vast op de bij, waardoor de poten van de bij over de mijt heen glijden als deze zich aan het poetsen is.

Om er voor te zorgen dat de bijen zo weinig mogelijk mijten hebben als ze in winterrust gaan, heb ik de bijen zo’n 6 keer -  om de vijf dagen - behandeld met Hive Clean. Dit middel zorgt er op een diervriendelijk manier voor dat de bijen nog actiever gaan poetsen en daardoor veel mijten verliezen. Tussen Kerst en Nieuwjaar zal ik die behandeling nog één keer herhalen. Met veel rust op en om de bijenstand en een geslaagde bestrijding van de varroa zal de koningin eind februari weer eitjes gaan leggen. U hoort dan zeker weer meer van mij.

 

Francis van Kruining, imker op “De Tochten”.